Amsterdamse waterleidingduinen

De Amsterdamse Waterleidingduinen zijn ontstaan in de 11e tot de 18e eeuw als onderdeel van het Jonge Duinlandschap. Ze liggen op duizenden jaren oude strandwallen van het Oude Duinenlandschap. Hiervan zijn nog sporen te vinden in het zuiden van de waterleidingduinen in Sasbergen en bij ‘t Heitje. In het duingebied werd regenwater op natuurlijke wijze gefilterd door het duinzand. Zo ontstond schoon water, dat ook in de 19e eeuw nog erg schaars was.

Tot 1850 werden de duinen extensief gebruikt; er werd gejaagd, gestroopt en er stonden enkele boerderijen. In het noordelijk deel bij Zandvoort waren enekel tientallen aardappelakkertjes. Veel oude landbouwontginningen zijn nog goed herkenbaar, soms met greppels en al. De hier en daar aanwezige dennenbosjes zijn in de eerste helft van de 20e eeuw geplant op verlaten akkers en op zandstorten, om verstuiving tegen te gaan.

Waterleidingnet

De dichter Jacob van Lennep had in 1847 het idee om zuiver duinwater via een buizennet naar Amsterdam te leiden. Hij zette zich in om de benodigde 2,5 miljoen gulden bijeen te brengen, via leningen van rijke burgers. Dat lukte niet in Nederland, maar Van Lennep wist Engelse geldschieters aan te trekken. Op 9 mei 1851 had hij de financiering rond en op 11 juli werd de Duin-Watermaatschappij opgericht.
Op 12 november 1851 stak de 11-jarige prins Willem van Oranje de eerste schop in de grond om een start te maken met het graven van de Oranjekom. Dat gebeurde bij het Mariënduin tussen Heemstede en Vogelenzang; een stuk duingrond dat Van Lennep aan zijn Amsterdamse maatschappij had verkocht.

Hierna werd een 3,5 kilometer lang kanaal gegraven. Opwellend duinwater stroomde naar de zes meter diepe Oranjekom. Vanaf hier werd een 23 kilometer lange leiding gelegd om het water met een stoommachine naar Amsterdam te pompen. Het eerste schone duinwater kwam op 12 december 1853 uit de fontein bij de Haarlemmerpoort. Vanaf die dag werd er schoon water verkocht voor 1 cent per emmer. De eerste dag 4.000 emmers, tien dagen later al meer dan 10.000 emmers.
De gemeente Amsterdam nam op 1 mei 1896 de Duinwatermaatschappij over.

WO2

In de Tweede Wereldoorlog maakten de Amsterdamse Waterleidingduinen deel uit van de Atlantikwall.  De Atlantikwall was een enorme kustverdedigingslinie die zich uitstrekte van Noorwegen tot aan de Pyreneeën. Deze kustlinie werd voor Duitsland noodzakelijk nadat Amerika in de oorlog werd betrokken.  In de Amsterdamse Waterleidingduinen gebruikten de bezetters de reeds aanwezige kanalen om hun tankverdedigingsgordel te voltooien. De tankgordel vormde een afbakening en was een moeilijk te nemen hindernis die een geallieerde aanval tot staan moest kunnen brengen.


In de vele bunkers die nog in de Waterleidingduinen te vinden zijn, vinden vleermuizen een onderdak. Lees verder in Donderduinen.

Natuurgebied

De natuurlijke bronnen in de duinen alleen konden in 1957 niet meer voorzien in de drinkwaterbehoefte van Amsterdam. Rijnwater wordt sindsdien via kanalen aangevoerd en in infiltratiegebieden gemengd met natuurlijk grondwater. Sinds 1975 wordt dat rivierwater voorgezuiverd. Gezien de vele bijzondere waterplanten en -dieren behoren de infiltratiegeulen nu tot de schoonste watertypen in Nederland.

De waterwinning heeft de AWD beschermd tegen de aanleg van wegen en woonwijken. In 1990 werd vastgelegd dat, naast drinkwaterwinning, natuurbeheer de tweede hoofdtaak van Waternet is. En daarmee is het behoud van een uniek stuk natuur gegarandeerd.
Als gevolg van de grote variatie in landschap en begroeiing heeft de AWD een rijke flora en fauna en in het bijzonder een rijk insectenleven. Het terrein bestaat uit bos en struweel, open plekken met stuifzand, vochtige en moerassige valleien en droge vlakten. In totaal groeien er ruim 660 plantensoorten waarvan 27 bijna nergens anders in Nederland voorkomen.

Jaarlijks broeden er ongeveer 100 vogelsoorten, waaronder duinvogels als roodborsttapuit en braamsluiper. Ook typische rietvogels als blauwborst en rietzanger komen er voor. De AWD vormen een kerngebied voor de duinhagedis; dat wil zeggen dat, in vergelijking met de andere kustduinen, er hier zoveel voorkomen dat ze van hieruit de andere duinen kunnen gaan bevolken. Veel voorkomend aanwezig zijn vos, ree en damhert, mede omdat er momenteel niet op deze dieren wordt gejaagd.

Toegang

Voor de toegang tot de Amsterdamse Waterleidingduinen is een toegangskaart vereist. Bij de ingangen Oase, Panneland, De Zilk en Zandvoortselaan zijn dagkaartautomaten geplaatst. Bezoekerscentrum De Oranjekom (bij ingang De Oase, Vogelenzang) is gevestigd in een voormalig pompstation.

Comments are closed.